Paashazen

Ze liggen al belachelijk lang in de supers: chocolade eieren, kuikens en hazen in allerlei kleuren, smaken en formaten. Ooit heb ik gewacht tot het bijna Pasen was met inkopen van het spul, maar toen viste ik achter het net. En met een stuk of acht volwassenen en acht kleinkinderen die allemaal eieren willen komen zoeken, loop ik dat risico liever niet.

Maar ja. De kans dat die voorraad chocola hier tegen Pasen nog ligt, is ook niet honderd procent gegarandeerd. En nee, dat ligt niet aan verdampen, smelten, kapotvallen of kwijtraken van al die  chocola. Het ligt aan mij.

Ik heb namelijk een vreemd syndroom. Mijn brein-handcoördinatie is in bepaalde omstandigheden niet wat het moet zijn. Meer specifiek geldt dat vooral in situaties waarbij chocola of chips betrokken is. Dan zegt mijn brein: “Niet aankomen. Laten liggen. Vooral niét openmaken. Gewoon afblijven.” Maar dan komt het probleem. Want mijn handen negeren mijn brein en leiden gewoon hun eigen leven. Voordat ik het in de gaten heb, peuteren ze een zakje eitjes of hazen open, trekken het zilverpapiertje eraf en stoppen het in mijn mond. En even later vind ik hazen zonder kop in hun vrolijke folie.

Het is dus wel een dilemma. Want ofwel ik vis achter het net als ik te laat kom, ofwel we vissen allemáál achter het net omdat ik te vroeg was. Ik hoop dus heel hard dat de winkelvoorraad nog lang niet op is. Want hazen mét kop zien er toch net wat gezelliger uit.

En die onthoofde hazen? Tja, die moet ik dan maar zelf opeten. Goh wat naar.