Winnen

   

Wij zijn gek op spelletjes. Ons hele gezin is dan ook behoorlijk competitief. We willen allemaal graag winnen. Dat winnen staat niet voorop, het gaat om het idee dat je ergens naar streeft, dat je een doel voor ogen hebt. Er zijn mensen die vinden dat een winnaarsmentaliteit niet per se positief is. Dat het zelfs slimmer of verstandiger is om kinderen te leren dat winnen niet altijd hoeft. Wij hebben onze kinderen proberen bij te brengen dat het altijd prima is, ook als er niet gewonnen wordt. En dat spelletjes doen vooral gewoon heel leuk is, omdat je met zijn allen hetzelfde doel nastreeft. Dat schept een band. Wij maakten van veel gewone dingen een spelletje. Van opruimen bijvoorbeeld. Om de beurt mocht één iemand iets opbergen. De rest moest dan raden wat er weg was. Of we deden het ‘brandweerspelletje’. In een rij staan en de spullen aan elkaar doorgeven. Vooral handig als spullen van buiten naar binnen moesten. Nu onze kinderen grote kinderen geworden zijn spelen wij nog steeds graag spelletjes. Vooral bordspellen die uren duren of waarbij we veel moeten lachen (30seconds verloopt nogal eens hilarisch bij ons). Een paar jaar geleden verbleven we met ons hele gezin een weekendje in een huis in de Ardennen en had ik voor dat weekend een compleet Wie is de Mol spel in elkaar gezet. Met de Wie is de Mol tune, spelletjes, puzzels, kiesmomenten, tussenstanden en een echte Mol. Niemand wist wie de Mol was. Ieder kreeg eenzelfde sleuteltje, maar er paste maar één sleuteltje op het schatkistje in de geheime kamer. In die kamer vond de Mol zijn aanwijzingen in het kistje. In die kamer werd er ook om beurten gestemd. Allemaal geheim. Prachtig spel, helemaal uitgewerkt en met een mooie prijs voor de uiteindelijke winnaar. Zou ik eigenlijk op de markt moeten brengen, heb ik weleens gedacht.

Nog steeds maken we overal wedstrijdjes van. Met Kerst hebben we onze druipkaarsenwedstrijd. Ieder een druipkaars op een fles, en dan maar zien welke het mooiste druipresultaat oplevert, met of zonder wat stiekeme hulp. Jarenlang heb ik stad en land afgelopen voor druipkaarsen, want die zijn ineens heel schaars geworden. Ik hoop dat ze in China nog heel lang druipkaarsen maken. Op dit moment hebben we onze jaarlijkse amarylliswedstrijd. Dit jaar zorgde Zoon voor de amaryllissen. Die van ons staat op een mooie lichte en warme plek. Ik draai hem regelmatig, zodat hij mooi recht groeit. En ik praat ertegen. Planten groeien dan beter. Dat zeg ik natuurlijk niet tegen onze kinderen. Die doen er toch al alles aan om te winnen. Zoals de plant koffiedrab voeren. Of er een warme lamp boven hangen. Of andermans exemplaar stiekem in het donker zetten. Maar heel eerlijk denk ik toch dat wij de meeste kans maken. Sorry kids.

Geef een reactie