Ouder worden

Onlangs werd ik 65. En ondanks dat dat natuurlijk nog hartstikke jong is, beginnen soms de jaren toch een beetje te tellen.

Dat merk ik aan kleine dingen, als in slaap vallen tijdens het achtuurjournaal, en ondanks voldoende bewegen toch strammer worden. En die nek die niet meer wil wat ik wil. Die niet meer soepeltjes meedraait op de fiets. Maar vanuit struisvogelpolitiek-redenen schuif ik een fietsspiegeltje vooralsnog nog maar even voor me uit. 

Zeven jaar geleden werd ons eerste kleinkind geboren. Twee weken geleden verwelkomden we nummer 7, en krap 12 dagen later meldde nummertje 8 zich. Onze kleinkinderen worden in een razendsnel tempo groter- en wij in datzelfde tempo ouder. We zijn nog steeds heel actief als oppasopa- en oma, we rennen, sjouwen, stoeien en doen met ze mee, we vegen snoeten en billen, we maken uitstapjes, we voeden op en houden logeerpartijen.

Maar toch is er een verschil met zeven jaar geleden. Toen hadden we na zo’n oppasdag nog genoeg energie voor een wandeling, een fietstochtje, een theatertje of wat dan ook. Als we nu de kinderen hebben uitgezwaaid en ons huis hebben terugveroverd met snot en vingerafdrukken van ramen boenen, kruimels en ander ondefinieerbaar spul opzuigen, de wc poetsen (ja, dat moet, want er is er altijd wel eentje bijna zindelijk dus nog nét niet helemaal), en alles opruimen wat is blijven liggen ná het opruimen door de kids zelf, kunnen we nog maar één ding doen: uitgeblust op de bank ploffen. Om daar vervolgens de hele avond niet meer af te komen. 

En o ja. Ik heb sinds kort een fietsspiegeltje. Nu nog zo’n verdomde helm. Ooit.