Spelletjes met Kleindochter

Ik mag Kleindochter weer een dagje vermaken, en spelletjes staan tegenwoordig steeds vaker op het programma van de peuter. We beginnen de ochtend sportief, want Kleindochter vindt niets zo grappig als haar oma nadoen tijdens Nederland in beweging. We stappen, zwaaien met gewichtjes, rekken en gaan door de knieën. Als we klaar zijn beginnen we aan ons eerste spelletje van vandaag: memory.

Spelletjes spelen met Kleindochter is erg innovatief, want spelregels zijn zwaar overschat. Kleindochter heeft zo haar eigen inzichten. We spreiden alle memorykaartjes uit over de tafel. Kleindochter draait twee kaartjes om. Het zijn verschillende afbeeldingen, de kaartjes worden weer teruggedraaid en ik ben aan de beurt. Ook mijn kaartjes verschillen. Tot zover gaat het zoals ik weet dat het spel hoort te gaan. Maar alles wordt anders op het moment dat Kleindochter een kaartje omdraait met een afbeelding die we al eerder zagen. “Hebben we al gezien!” meldt ze samenzweerderig. En enthousiast begint ze kaartjes om te draaien die ze verdenkt van hetzelfde plaatje. Hoeveel kaartjes dat zijn maakt haar niet uit. Twee, drie of tien: ze gaat net zolang door tot ze hetzelfde plaatje heeft gevonden, roept dan heel hard “Jaaaaaaa!” en samen klappen we in onze handen vanwege deze uitermate knappe prestatie. Ik draai braaf twee kaartjes om. Af en toe doe ik een poging haar uit te leggen dat je eigenlijk maar twee kaartjes om mag draaien. Maar Kleindochter is op die momenten acuut Oostindisch doof en gaat ijverig door met het zoeken naar een match. Haar stapel groeit verbazend veel sneller dan die van mij. Maar wat ik dan wel weer knap van haar vind: ik mag gewoon ook iedere keer. Dat is al een hele stap in de goede richting.

Ik heb bij de Kringloop een heel leuk winkelkarretje op de kop getikt, en dus spelen we winkeltje. We creëren een winkelschap waarop we alle plastic etenswaren uitstallen: eieren, sneetjes brood, plakjes tomaat en kaas, flesjes melk, hamburgers, frietjes en nog veel meer. De winkel staat bomvol. We stoppen geld in een tasje en daarmee gaat Kleindochter boodschappen doen. Ze laadt wat spullen in. “Ik ben de kassa,” zeg ik, “dat is dan vijf euro.” Kleindochter duwt me een paar briefjes en wat kleingeld in mijn hand. “Assebief.” “Dankjewel,” zeg ik. Kleindochter stalt de spullen uit op het tafeltje en gaat opnieuw naar de winkel. Ze stouwt haar karretje vol en gaat weer langs de kassa. “Dat is vijf euro,” meldt ze gedecideerd. Die ze gelijk met haar boodschappen wil incasseren. Ik geef haar wat geld en tevreden stopt ze de briefjes in haar tasje. Zo gaat het nog een poosje door. We kopen boodschappen en betalen óf ontvangen daar geld voor bij de kassa. Hoe simpel kan het leven zijn, bedenk ik. Gewoon niet nadenken over uitgeven of ontvangen en je portemonnee blijft in balans. Ik zeg: goed bezig.

Na het winkelen spelen we Bonte Ballonnen. Dat heb ik nog van mijn eigen kinderen. Een spel met gekleurde schijfjes (ballonnen), die je op kaarten moet leggen waarop gekleurde ballonnen staan afgebeeld. Je mag zo’n schijfje op een ballon leggen als je met de dobbelsteen de juiste kleur gooit. Kleindochter is gek op gooien en dus ook op dobbelstenen. Ze heeft al heel snel in de gaten hoe dit spel moet. Je gooit een kleur, pakt die kleur schijfje en legt het op die kleur ballon. Maar soms zijn de schijfjes van een bepaalde kleur op. Als je dan die kleur gooit, kun je geen schijfje pakken. Dat heeft Kleindochter al snel in de smiezen. Maar hee, problemen zijn er om opgelost te worden. En een dobbelsteen kun je heel goed manipuleren. Je moet hem gewoon een beetje zo gooien dat jouw gewenste kleur bovenligt. Eigenlijk heet dat niet gooien maar neerleggen. En o ja, je kunt een dobbelsteen ook gewoon op de gewenste kleur draaien als  ie  eenmaal ligt. Er is geen winnaar en geen verliezer, want we spelen gewoon net zo lang tot alle ballonnen op zijn. En dan beginnen we weer opnieuw. Hoe heerlijk ongecompliceerd kan het zijn.

Ook verstoppertje spelen vindt Kleindochter geweldig. We gaan naar buiten. Kleindochter staat tegen de muur met haar handen voor haar ogen en telt tot tien. ”Wie niet weg is is gezien, ik kommm!” roept ze erachteraan. En ze gaat me zoeken. Ze heeft me allang gezien, want ik sta achter een boompje met een stam van zo’n tien centimeter doorsnede en ik ben vast wel wat breder dan dat, maar ze loopt me stoïcijns voorbij. Voor de vorm kijkt ze achter wat struikjes en in wat hoeken van de tuin, en springt dan ineens voor mijn neus op en neer. “Kiekeboe!” We draaien de rollen om. Ik doe precies hetzelfde en Kleindochter kan er niet genoeg van krijgen. Het allerliefst wijst ze me bij voorbaat alvast de plek waar ik me moet verstoppen. Want ook hier geldt: spelregels?? Waarom in vredesnaam? Tellen, beetje zogenaamd zoeken, gevonden worden en heel blij Kiekeboe roepen, dat is de essentie. Het leven is een aaneenschakeling van heel veel plezier en genieten, zolang je het maar simpel houdt. Met je eigen spelregels. Daar is mijn Kleindochter een kei in. Ik kan nog veel van haar leren. De volgende keer dat ik Kolonisten speel, weet ik zeker dat die dobbelsteen verdacht vaak op voor mij gunstige getalletjes gaat vallen. Dat jullie het weten. Met dank aan mijn Kleindochter, hoeraa.

Geef een reactie