Wiebeltand

Oudste Kleindochter heeft een wiebeltand. Het allereerste melktandje wil eruit. Het zit al wekenlang los en is vooral lastig met eten. Afgelopen dinsdag at Kleindochter bij ons. We hebben onder andere maiskolven. Kleindochter probeert de mais van de kolf te kluiven, maar ontdekt dat dat redelijk lastig is met die wiebeltand. Ze probeert met de andere kant te happen, en dat gaat wonderwel goed. Tot ik opeens iets ontdek.

Er zit een kleine opening tussen haar tanden. “Heeee,” merk ik op. “Ik geloof dat je tand eruit is!” Kleindochter kijkt me met grote geschrokken ogen aan. Dat die tand er ineens uit zou zijn had ze blijkbaar helemaal niet ingecalculeerd. Misschien dacht ze dat ze die er op een gegeven moment gewoon even uit kon pakken of zo. Hoe dan ook, ik kijk nog eens goed en kan maar één ding constateren: “Ja, de tand is eruit! Misschien heb je hem opgegeten!” Oeps. Verkeerde opmerking geloof ik.

Het lijkt wel of ik een klein bommetje in haar gezicht heb gegooid; het kind raakt heeeelemaal overstuur. Maar echt. Ze zet het op een oorverdovend huilen. Ik laat haar snel de hap eten die nog in haar mond zit uitspugen. Want tja, die tand. Die is nogal belangrijk. Essentieel wel. Want die tand die moet onder het kussen voor de Tandenfee. En die komt dan met een cadeautje. Zonder tand geen cadeautje, zal Kleindochter wel vliegensvlug hebben beredeneerd.

Ik probeer haar gerust te stellen, terwijl ik naar de tand speur. “Als je hem hebt doorgeslikt komt ie er vanzelf wel weer uit,” sus ik haar. “Dan zit ie gewoon in je poep. Dus dan hoeven papa en mama alleen maar je poep goed te controleren tot ze ‘m gevonden hebben.” Dat klinkt erg simpel. En dat is het ook. Maar ook wel smerig. Dat zeg ik er maar niet bij. “En die Tandenfee hoeft je tand niet per se te hebben hoor, het is al genoeg als ie eruit is,” bedenk ik ter plekke. Ik hoop en verwacht dat die Tandenfee er inderdaad ook zo over denkt. “Wat fijn dat ie eruit is hè!” doe ik helemaal blij. Kleindochter is gerustgesteld. En weer helemaal happy. Het gat voelt een beetje raar, maar verder heeft ze er alle vertrouwen in. We maken een foto en appen die door naar haar papa en mama. Dan zijn ze maar vast voorbereid.

Ik zoek de hele omgeving onder en op de tafel grondig af. Er zit een beetje bloed op de maiskolf, ontdek ik. De kans is dus inderdaad groot dat de tand in haar buik verdwenen is. Even later haalt Zoon zijn kinderen weer op. Kleindochter laat trots het gat in haar mond zien, en Zoon belooft dat ze goed zullen zoeken naar de tand. Daar kijken ze vast al erg naar uit.

De volgende dag meldt Zoon dat de eerste exercisie helaas is mislukt. Er is ondanks grondig onderzoek geen tand gevonden. Wat jammer nou. Want nu moet er nóg een keer een onderzoek gedaan worden. Maar het goeie nieuws is dat de Tandenfee wel langs geweest is. Ze heeft een cadeautje én een briefje achtergelaten. We krijgen een filmpje toegestuurd waarin Kleindochter trots het cadeautje laat zien: een heel mooi tandendoosje waar alle tandjes precies op de goeie plek in passen. Chapeau voor de Tandenfee.

Maar dan. Nog diezelfde dag loop ik hier weer door het huis te rennen, mijn gebruikelijke halfuur-rondje door de kamer en het kantoor. Terwijl ik loop speur ik automatisch naar de grond, die tand zit me nog steeds dwars. Ik vind een wit stukje klei. En een stofje. En zie dan iets wits naast het vloerkleed bij de bank liggen. Het zal toch niet….? Nee, dat is onmogelijk.

Ik raap het op. En ik weet het meteen. Het is de tand. Het kan helemaal niet, maar het is ‘m toch echt. Ik begrijp er helemaal niéts van. Hoe in vredesnaam kan die tand nou ineens dáár terecht komen?? Het is een wonder. Ik verdenk de Tandenfee ervan, want die doet wel meer zeer opmerkelijke dingen. Maar vreemd blijft het. Tegelijkertijd ben ik als een kind zo blij. Ik maak meteen een foto en zet die in de app. “Is dat echt??” reageert Zoon meteen. “Ja,” bevestig ik. “Echt waar. Ik snap het ook niet.”
Zoon is not amused. Er rolt meteen weer een bericht de app in:
“Heb.ik.voor.niks.een.kwartier.stront.door.een.zeefje.zitten.prakken.”
Yup. Sorry jongen.

Man moet die middag toch bij hen in de buurt zijn, en Kleindochter kan niet wachten tot ze haar tand weer in haar bezit heeft. Ik maak er een mooi cadeautje van, doe er nog wat lekkers bij voor die twee wurmen en geef het pakje mee aan Man. De eerste tanden-mijlpaal is een feit. En is er meteen eentje die vast nog jarenlang in het collectieve geheugen zal blijven hangen. Shit happens.