
Ik hou van kerstmarkten. Echt. De geur van glühwein, warme wafels, het zachte licht van twinkelende lampjes en prullaria waarvan je niet weet wat je ermee moet maar die je toch echt moét hebben.
Ik vind Kerstmarkten vooral heel gezellig; die sfeer van nostalgie, van even ontsnappen uit de echte wereld en je onderdompelen in die magische wereld van vrede, lichtjes en saamhorigheid. Eén en al genieten.
Maar dan. Want Heel Veel Mensen houden van kerstmarkten. En dan verwordt die sfeervolle kerstbeleving opeens tot een totáál andere beleving.
Dat je denkt rustig langs die kraampjes te gaan slenteren en je na twee meter al in een stroom mensen terechtkomt die je harder opdrijft dan de Rijn bij hoogwater. Dat je geen stap naar links kunt zetten zonder in iemand z’n rugzak te belanden, en geen stap naar rechts zonder glühwein over je jas te krijgen of een elleboog in je gezicht. Stilstaan bij een kraam? Alleen als je het niet erg vindt om twintig mensen achter je collectief te horen zuchten. En net als je Last Christmas voor de zesentwintigste keer hoort en Jingle Bells in drie talen kunt meezingen bereik je de kraam van de warme chocomel met een rij van zestig mensen ervoor. Dan heb ik nog maar één gedachte: Ik Wil Naar Huis.
Man en ik waren op de kerstmarkt in Maastricht. Op een dooie doordeweekse ochtend. Dat schreeuwden we niet van de daken. Stel je voor, je zou zomaar mensen op ideeën kunnen brengen. Het was er gemoedelijk en rustig; mission accomplished.
Oh, en dan nog wat. Op 13 en 14 december staan we namelijk zélf op een kerstmarkt. Jawel, met onze eigen olijfolie. In Vorstenbosch bij de Alpaca Farm. Waar je trouwens nog echt kunt genieten, want je moet er tickets voor aanschaffen – die in een beperkt aantal verkrijgbaar zijn. Er wordt ook nog live gezongen door Witte Gij Da Nog. Jaaa, ik denk dat ik het nog wel weet. En dat ik vanachter mijn kraam heel hard ga meezingen.
